Print deze pagina

Dinsdag 3 februari 2004: aan het eind van de middag kwam ik thuis en zag in de buurt van waar de kippen altijd rondscharrelen een roofvogel wegvliegen. Ik ging meteen kijken, kwam onderweg een hele lading veren tegen en vond achter het geitenhok onze haan: bibberend in elkaar gedoken, oogjes dichtgeknepen, half kaalgeplukt en een gat in z’n rug vlakbij z’n nek. De kippen hadden zich verstopt tussen de struiken en in de houtwal.

Ik heb de haan vervolgens opgepakt en in een oude caviakooi in de stal bij de konijnen en cavia’s gezet. Daar is het rustig. Vervolgens heb ik hem met een pipetje een inmiddels opgeloste korrel van een medicijn tegen ernstige schrik en angst gegeven: hij moet zich doodgeschrokken zijn en zat nog hevig te bibberen. Ongeveer een kwartier na toediening zat hij er rustiger bij en had z’n ogen weer open.

Woensdag 4 februari 2004: De haan ligt plat op de grond, z’n kop rust ook op de grond. De wond ziet er naar uit en de huid eromheen (waar de veren met geweld uitgeplukt zijn) is wat vurig. De haan lijkt in een shock: hij reageert niet of nauwelijks op z’n omgeving en het enige waaraan je kan zien dat hij nog leeft, is z’n ademhaling. Om te voorkomen dat de boel gaat ontsteken en om te helpen bij de genezing doe ik een gaasje, gedrenkt in een opgeloste korrel van een medicijn dat helpt bij wondgenezing op de wond en smeer daar zalf van hetzelfde medicijn overheen. Inwendig geef ik, via een pipetje, een opgeloste korrel van hetzelfde middel. Dit herhaal ik die dag een paar keer (het gaasje laat ik zitten maar druppel ik steeds nat met bovengenoemde oplossing). 
In de middag is er geen verbetering in z’n gedrag. Ik bestel een ander medicijn dat o.a. helpt bij verlammende angst om de haan te helpen uit z’n shock te komen.

Donderdag 5 februari 2004: Situatie ’s morgens onveranderd. Ik herhaal de middelen die helpen bij de wondgenezing zowel inwendig via het pipetje als uitwendig (oplossing en zalf op het gaasje). Inmiddels arriveert via de post het bestelde medicijn tegen de shock en dat geef ik hem om 18.00 uur opgelost in water en via een pipetje in z´n snavel. Op het gaasje op de wond doe ik nogmaals druppels van het wondgeneesmiddel.
Om 20.00 uur herhaal ik het shockmedicijn en direct daarop begint hij voor het eerst iets te eten. Hij ligt nog steeds en z’n kop ligt in z’n voerbakje.

Vrijdag 6 februari 2004: Als ik ’s morgens in de stal kom, zit de haan kaarsrecht op in z’n kooi en kijkt om zich heen. Ik besluit het middel tegen de shock niet meer te geven en houd het bij het medicijn om te helpen bij de genezing van de wond. De huid ziet er goed uit. Wat er zich onder het gaasje afspeelt, kan ik niet zien, maar het lijkt goed te gaan. De haan mag even los rondlopen samen met de kippen (die hem al die dagen trouw gezelschap hebben gehouden!) en eet en drinkt zelfs wat. Hij is vrij snel moe (gaat weer liggen) en gaat daarom weer in z’n kooi.
Avond: hij zit rechtop in z’n kooi, kijkt alert om zich heen en scharrelt wat. Het wondgeneesmiddel via een pipetje is geen succes: hij protesteert dus ik stop daarmee. Ik druppel er nog wel wat van op het gaasje.

Zaterdag 7 februari 2004: Ik stop de behandeling, het gaat goed met hem. Hij mag uit z’n kooi in de stal loslopen (voorlopig moet hij nog wel binnenblijven). Hij eet en drinkt goed, scharrelt lekker rond en begint weer wat geluid te maken. De kippen houden hem nog steeds gezelschap. De huid om het gaasje ziet er goed uit en waarschijnlijk de wond ook nog steeds – het is rustig en droog.

10 dagen later: De haan is steeds verder opgeknapt. Inmiddels scharrelt hij weer buiten, kraait ’s morgens als vanouds en is druk bezig met het “treden” van de hennen. Het gaasje is eraf gevallen en de wond ziet er goed uit. 
Eind goed al goed!

Simone Snel


vorige: Toepassingen
volgende: Praktijken